Ongemakkelijke vragen
‘Ongemakkelijke vragen of opmerkingen die aan mensen met een handicap gesteld worden’, ik kan er bijna een boek over schrijven. Hoe bestaat het dat zodra je een zichtbare beperking hebt, dat mensen denken meteen de meest traumatische, medische of intieme dingen te mogen vragen? Deze keer loste ik het op met een beetje sarcastische humor.
Mijn sarcastische ik
Ik schreef er al eens een treffende blog over toen ik de opmerkingen en vragen vertaalde naar hoe raar het zou zijn als je die vragen ook zou stellen aan iemand met een bril. Maar in mijn recente ontmoeting heb ik mijn recalcitrante, sarcastische ‘Ik’ maar even alle vrijheid gegeven. Toevallig betrof dit een ‘Albert Heijn’-bezorger, maar het had net zo goed iemand anders kunnen zijn. Ergens kwam dat wel goed uit, want nu kan ik een eerdere, grappige ontmoeting met een AH-bezorger weer eens spammen.
Hoe ik mijn been verloren ben?
Afgelopen week was weer zo’n ‘ongepaste vraag’-momentje. De bezorger had denk ik nogal last van de warmte, dus op een enthousiast goedemorgen hoefde ik niet te rekenen. Dat is ook geen verplichting, zolang de boodschappen maar netjes aankomen. De niet-Nederlands sprekende bezorger dacht alleen wel meteen te kunnen vragen hoe ik mijn been verloren was. En tja, dan gaan bij mij de nekharen overeind staan.
Stel je eens voor dat een wildvreemde zonder ook maar enige introductie vraagt naar jouw medisch dossier of diepste trauma’s. Ik ontweek daarom het antwoord, maar de man hield in gebrekkig Engels stug vol. “Didde joe loez it in an ekszident, or what?” Voor mij was dat het sein om mijn prachtige woonomgeving in te zetten voor een passend antwoord…

De wolf op de Veluwe
Ik keek de beste man strak aan en stak in mijn beste stonecole-english from wall.
Ik: “U ziet dat ik in het bos op de Veluwe woon?”
AH-bezorger: “Yes?”
Ik: “U weet dat daar tegenwoordig wolven wonen?”
De AH-bezorger keek vol verwondering en beginnende angst: “Y..Ye…Yes?!”
Ik: “Ik heb dat dus ook ontdekt.”
AH-bezorger met nu echt zichtbare angst: “I newfer heard wolve attack piepol.”
Ik: “Oh nou, als je dit er al erg uit vindt zien dan wil je niet weten hoe die wolf er nu bijloopt.”
Loerend naar de wolf
Kennelijk kon de AH-bezorger de grens tussen fictie en werkelijkheid niet meer doorgronden. Met een groot vraagteken boven zijn hoofd en schichtig om zich heen kijkend naar de bosrand langs onze tuin, overhandigde hij me snel het welbekende blauwe kratje.
AH-bezorger: “At home me working as medical assistant.” Geen idee of hij daar zijn interesse in mijn wel en wee mee wilde uitleggen of dat hij de inlegkruisjes voor mijn lieftallige eega en de neusspray in het krat ermee bedoelde, maar hij droop daarna af. Ik keek de AH-bezorger na toen hij het tuinpad weer af liep richting zijn bezorgbusje, in een versnelde pas en om de paar meter even naar links en rechts loerend om te voorkomen dat hij in de kaken van de wolf terecht zou komen.
Vingertopje of grote teen
Overigens heb ik de wolf nog niet gezien, terwijl die volgens de boswachter en buurtbewoners wel degelijk door onze tuinen struint. Wel heb ik in onze ‘Stoofs_tuin_en_moestuin’ vossen en bunzings gezien en gefilmd, maar die zijn toch een stukje minder gevaarlijk. Ter info voor de AH-bezorger: die snoepen echt geen heel been eraf, hooguit een vingertopje of je grote teen.
Oh… en het echte verhaal achter mijn bovenbeenamputatie begon vijf jaar geleden met een onderbeenamputatie, waarover je meer kunt lezen in het blog ‘Amputatie voor het echie‘.

